Onderzoek

Hoe worden aardstralen opgespoord?

1) Met de wichelroede.

Eens men de zone binnentreedt geeft de wichelroede een opslag.
Als men de zone buiten treedt geeft de wichelroede terug een opslag.  In het midden van de zone ligt de ader.
De zone is +/- 1,5 m breed.
Van het grootste belang is de juiste oriëntatie te hebben van de ader. Dit is juist de grote eigenschap van een goede wichelroedeloper.
Als men de ader schuin betreedt heeft men een verkeerd beeld van zijn ligging. Een niet geoefend pendelaar kan vlug 2 m verkeerd zijn.

2) Met staafjes.
Is niet zo nauwkeurig als de wichelroede, maar kan wel de richting van de ader weergeven.

3) Lecherantenne.

Hiermee kan men bepalen als de rand van de ader al dan niet kankerverwekkend is.
De Lecherantenne kan ook op verschillende frequenties – golven ingesteld worden.
Er zijn dokters welke de Lecherantenne gebruiken om de toestand van verschillende organen in het menselijk lichaam te onderzoeken.  Ieder orgaan heeft zijn eigen frequentie.
Wanneer deze afwijkt is het orgaan niet in zijn goede doen.  Veel scholing dient dan ook gevolgd te worden om de juiste diagnose te kunnen stellen.

4) Met de pendel:

Is veel nauwkeuriger dan de wichelroede.
Met een pendel kunnen nog andere zaken opgespoord worden buiten het opzoeken van alleen wateraders.
Bijvoorbeeld: een verloren sleutel, klein werkmateriaal onder de grond bij het uitvoeren van werkzaamheden in de tuin.